Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
Door de onrustbarende politieke evolutie in Duitsland besloot de Belgische regering op 17 februari 1934 een nationale Bond voor de bescherming der burgerlijke bevolking en inrichtingen tegen luchtaanvallen in het leven te roepen, die zou resorteren onder het Ministerie van Landsverdediging (en later Binnenlandse zaken). In de zomer van dat jaar werden de gemeenten dan ook opgeroepen om plaatselijke comités op te richten en zoveel mogelijk propaganda te maken om vrijwilligers te verzamelen.
Door een Koninklijk Besluit op 15 maart 1935 werd ook een grote reorganisatie van de georganiseerde brandbestriijding in België gerealiseerd. De hogere overheid legde de gemeenten ook hiermee verplichtingen op om te zorgen voor de veiligheid van zijn inwoners. Zo legde dit besluit de gemeentebesturen de verplichting op om ofwel zelf een brandweerkorps op te richten, ofwel aan te sluiten bij een andere gemeente.
Dit besluit vormde een belangrijke stap in de organisatie van de brandweerdiensten; het vermelde vier fundamentele principes:
Koninklijk Besluit betreffende de algemene organisatie van de brandweerdiensten
Hieruit kunnen we duidelijk opmaken dat de organistie een voorbereiding was op de vrees voor een komende oorlog. Verder wordt duidelijk dat de provinciegouverneur ruime bevoegdheden kreeg bij de goedkeuring van het grondreglement, de benoeming van de officieren en de indeling van gewestelijke groepen.
Belangrijk is ook de inrichting van een algemene brandweerinspectie door het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Deze wetgeving werd gewiijzigd door het KB van 3 juli 1936 dat door een KB van 17 september 1937 nogmaals werd aangepast.
De gemeenten moeten zorgen dat ze over voldoende middelen beschikken ter beveiliging tegen brand, door zelf een brandweerkorps op te richten uitgerust met materieel, of door een overeenkomst te sluiten met een of meer andere gemeenten.
Deze beveiligingsmiddelen kunnen desnoods aangevuld worden door overeenkomsten gesloten met private organismen.
Bewuste overeenkomsten worden door de gouverneur der provincie ter goedkeuring onderworpen.
De officieren van de gewapende gemeentelijke brandweerkorpsen worden door de gouverneur der provincie op een lijst van drie door de gemeenteraad voorgedragen kandidaten benoemd.
De beslissing van de gemeenteraad tot benoeming van officieren van de niet-gewapende gemeentelijke korpsen worden door de gouverneur der provincie ter goedkeuring onderworpen.
Het reglement omtrent het bestuur en de werking van dit korps door de gemeenteraad vastgesteld, moet overeenkomen met de door de regering aangenomen model-reglement.
Heeft de gouverneur het reglement niet afgekeurd binnen de 40 dagen na de ontvangst ervan, dan wordt bewust reglement van rechtswege uitvoerbaar.
De gewapende of niet gewapende gemeentelijke korpsen alsook de door de gemeente erkende private brandweerdiensten moeten zich onderwerpen aan de inspectie welke door de minister van Binnenlandse Zaken zal georganiseerd worden.
In iedere provincie zal de gouverneur een plan opmaken met het oog op de indeling van de gemeenten in gewestelijke groepen ter bestrijding van brand, onder het commando van een gewestelijke brandmeester.
Dit besluit werd in werkelijkheid genomen, met het oog op de verzekering van een adequate bescherming van de bevolking ten tijde van oorlog. Het bleek in mei 1940, dat slechts heel gedeeltelijk aan de uitvoering hiervan gevolg was gegeven. Het besluit van 15 maart 1935 werd ingetrokken en vervangen door dat van 8 november 1967, genomen in toepassing op de wet op de bescherming der burgerbevolking, van 31 december 1963.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell